Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 1 oktober 2018

Woordvoering regionale visie op inkoop sociaal domein vanaf 2021

Op donderdag 27 september 2018 stond het punt ”Regionale visie op inkoop Sociaal Domein vanaf 2021” op de raadsagenda. De onderstaande woordvoering is door Pieter Herngreen in de raad ingebracht:

1. Voorzitter, het is allereerst goed om vast te stellen dat de 8 samenwerkende gemeenten op het gebied van het sociaal domein nu uitvoering gaan geven aan de gezamenlijke inkoop van producten en diensten. We staan daarmee aan het begin van een traject dat moet uitmonden in concrete samenwerking tussen gemeenten en aanbieders. Het idee is dat daarmee strategische beïnvloeding tot stand komt van de gemeenten op de partijen in het sociaal domein.

2. De uitgangspunten van de regionale visie op het sociaal domein zijn daarbij leidend: sturen op maatschappelijke doelen en resultaten, ontschotten van budgetten en ruimte om te experimenteren. De kern is dus het sturen op resultaten door het introduceren van resultaatgerichte bekostiging. Deze aanpak vinden wij goed. Want essentieel is dat gemeenten en aanbieders in samenspraak komen tot producten en diensten die aansluiten bij wat cliënten nodig hebben. Meer regie en keuzevrijheid bij de inwoner ook, met het oog op ondersteuning van diens verantwoordelijkheid voor het eigen leven. Met ook de gedachte dat voorliggende voorzieningen door aanbieders en cliënten beter worden gebruikt. Dat moet dan ook onderdeel zijn van de beoordeling van de resultaten. En daarbij hoort ook de verwachting van afnemende administratieve regeldruk en bureaucratie.

3. We vragen ons af in hoeverre de filosofie in gelijke mate kan opgaan voor alle deelvelden van het sociaal domein. Wij denken dat in dit zeer brede veld grote verschillen bestaan tussen voorzieningen en doelgroepen die uniforme toepassing van een inkoopmodel bemoeilijken. Dictumpunt 3 van uw voorstel suggereert dat ook: er komen indicatoren voor resultaatgerichte bekostiging, en waar dit niet kan afrekenen op basis van prestatie of beschikbaarheid.

4. Wij denken dus dat er een fasering in het traject moet komen, met als eerste een gezamenlijke bepaling van de wijze waarop per deeldomein doelen geformuleerd moeten worden. Wij vinden het essentieel dat rekening wordt gehouden met de aard van de hulpvraag in de tijd. Vooral in langdurige zorgtrajecten verschuiven doelen en verandert de behoefte.

5. Bekijk vervolgens in experimenten in hoeverre resultaatbekostiging aansluit bij de beoogde doelstelling: preventie en betere benutting van voorliggende voorzieningen. Bij de aanbesteding moeten daarbij ook duidelijke afspraken komen over de wijze waarop cliënten bij de vaststelling van doelen en resultaten worden betrokken, want dat is de kern van het plan. Voor een kind en gezin in een crisissituatie is dat immers totaal iets anders dan de vaststelling van een enkelvoudig behandeltraject. En ten laatste: gemeenten moeten grip houden op de wijze waarop zorgplannen worden ingericht, juist ook met het oog op kostenbeheersing.

6. Samenvattend, voorzitter,

  • De visie is goed, maar nog erg abstract;
  • experimenteer met ketenpartners over de systematiek van concrete doelstellingen per deelgebied in de zorg, waarbij gemeenten regie houden ook op individueel niveau;
  • werk samen aan gemakkelijk toegankelijke voorliggende zorg en ondersteuning want dit verlaagt drempels en administratieve lasten;
  • pas later de gedifferentieerd bekostigingssystematiek aan.